Ze waren er al zo lang. Mij vielen ze niet meer op. Het is net als met je lichaam: als dat goed functioneert, vergeet je dat je het hebt. Maar wacht maar tot je het kleinste pijntje voelt, dan weet je het weer. Mijn 'ik' heeft een heus huis.
Enfin.
Ik kon me niet voorstellen dat ze er ooit niet meer zouden zijn. Misschien heb ik mezelf te lang voor de gek gehouden. Heb ik er toch te weinig bij stil gestaan. Je eigen sterfelijkheid, de eindigheid van je bestaan vergeet je toch ook het liefst? Totdat iemand doodgaat die er je hele leven al was. En pats..! Weg is de ballon van oneindigheid. Alle illusies in stukken.
En nu, nu heb ik spijt. Spijt als haren op mijn hoofd. Ik heb ze verwaarloosd. Geen aandacht geschonken en er te weinig bij stilgestaan.
Het spreekwoord luidt niet voor niets: als het kalf verdronken is, dempt men de put, berouw komt na de val. En deze, heel toepasselijke: het kind met het badwater weggooien. Niet letterlijk, hoor. Kalm, alle dierenactivisten. Niet bellen met Marianne Thieme of Wakker Dier. (Die organisatie heeft niet voor niets een naamsverandering ondergaan.)
Gelukkig vonden de vissen uit het aquarium in Harderwijk een nieuw onderkomen en een warm tehuis. Hoewel vissen koudbloedig zijn ben ik ervan overtuigd dat ze dat warme tehuis bij Laurens gevonden hebben.
Blijven alleen de verdrietige kindjes. En hun ouders die mij, als ik zo hun wantrouwende blikken zie, er persoonlijk van verdenken die lieve visjes persoonlijk door het watercloset te hebben gespoeld.