dinsdag 12 januari 2010

web 2.0

Web 2.0 en de biep.

Ik ben ervan overtuigd dat het internet onontbeerlijk is voor de bibliotheek en haar gebruikers. Wat mij echter als eerste te binnen schoot is dat wanneer ik (nieuwe) leden naar hun e-mailadres vraag, hun reactie vaak is: 'waar gebruiken jullie dat voor?' Wanneer dan duidelijk wordt dat er op deze manier makkelijker berichtjes kunnen worden verstuurd bij het aankomen van gereserveerd materiaal of bij aanmaningen is hun opgeluchte reactie: 'dan is het goed'. Met andere woorden: mensen geven aan niet zitten te wachten op allerlei reclame-uitingen. In welke vorm dan ook.

Vroeger, op de middelbare school, moest ik met mijn 4-talige vakkenpakket regelmatig opstellen schrijven. Daar moest ik even aan denken toen ik de opdracht las met als minimale eis: honderd woorden. Het was natuurlijk de sport om hier niet overheen te gaan, want dan nam de kans op fouten evenredig toe, en de hoogte van het cijfer af. Maar gelukkig, als je bij het vak Frans een subjonctif gebruikte, kreeg je extra punten. Mijn opstellen wemelden ervan..

Moraal van dit verhaal: wat is de toegevoegde waarde,dwz hoeveel subjonctifs bevat mijn 'essay'? Met alleen de subjonctif kom je er niet. Een beetje inspiratie is wel prettig!

2 opmerkingen:

  1. Niemand zit te wachten op allemaal junkmail. Ik tenminste niet. Maar als we de klant uitleggen waarvoor het emailadres gebruikt wordt, vinden ze het vaak juist heel erg prettig om op deze manier geinformeerd te worden over hun reservering.
    Verder heb ik je woorden niet geteld, het zal vast wel goed zijn :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Volgens mij heb je geen enkele subjonctif (aanvoegende wijs) gebruikt of heb ik het mis?
    We moeten de klanten natuurlijk niet geven waar ze niet op zitten te wachten, maar juist datgene leveren wat ze graag willen hebben en zo snel leveren dat ze niet lang hoeven te wachten.

    BeantwoordenVerwijderen